Mijn-kanaries.jouwweb.nl
Home » Baardmannetje

 

Baardmannetje - Panurus biarmicus - Bearded Reedling

 

Het baardmannetje wordt ook wel baardmees genoemd, maar het is geen mezensoort. Baardmannetjes en diksnavelmezen horen wel tot dezelfde familie; de vliegenvangers (Muscicapidae).

Het baardmannetje is 17 cm lang en de naam komt eigenlijk alleen door het mannetje, alleen hij heeft de zwarte baardstrepen, het popje niet.

Zo hebben we dus een vogeltje van het vrouwelijk geslacht dat toch mannetje heet. :-)

 

Baardmannetjes leven in Europa en in Azië en dan voornamelijk in rietvelden en -kragen, waar ze op insecten jagen, vooral muggen zijn gewild.

Met korte geluidjes houden de vogels constant contact met elkaar. In de winter leven ze in grote groepen en eten vooral zaad van het riet waar ze in leven.

Eén aparte eetgewoonte maakt de baardmannetjes erg kwetsbaar, ze schakelen in één keer over van het wintermenu, zaad van de rietpluimen, naar insecten.

Als er in april of mei nog vorst komt en er weinig insecten te vinden zijn, kunnen ze niet terugvallen op de zaden.

Het spijsverteringssysteem is dan alweer rigoureus veranderd en veel baardmannetjes overleven zo'n periode dan ook niet.

Daartegenover staat dat de vogels die de winters wel doorkomen, bijzonder productief zijn. Baardmannetjes brengen per koppel vaak wel 16 tot 20 jongen groot in één seizoen.

 

Het nest wordt gevlochten van rietbladeren en -pluimen, meestal anderhalve meter boven het water.

Eigenlijk moeten we zeggen, de nesten. Bijna alle baardmankoppels bouwen twee nestjes, soms zelfs drie.

Zodra in het ene nest de jongen groot genoeg zijn en op uitvliegen staan, legt de pop in een andere nest alweer het volgende legsel.

Zo voorkomt ze dat terugkerende jongen het nieuwe legsel bevuilen of verstoren.

 

12 Dagen broeden is voldoende, dan al komen de jongen uit het ei. De jongen groeien ook nog eens razendsnel, dus 4 nesten achter elkaar komt regelmatig voor.

Het uitvliegen van jonge baardmannetjes is een leuk gezicht, het zijn een beetje watjes lijkt het wel.

Ze blijven gerust een hele middag op de nestrand zitten om er dan 's avonds toch maar weer in terug te kruipen.

Als ze wel de sprong maken, blijven ze angstvallig dicht bij het nest de eerste dag. De tweede dag gaan ze iets verder en vanaf dag 4 vinden ze het pas echt veilig.

Het verschil tussen mannen en popjes is al bij het uitvliegen zichtbaar, mannetjes hebben dan een gele snavel, popjes een zwarte.

 

In gevangenschap gehouden baardmannetjes dienen geringd te zijn met de speciale ringen voor beschermde vogels. De aanbevolen ringmaat is vanaf 2010 2,8 mm.