Mijn-kanaries.jouwweb.nl
Home » de waterslagers

                                                                       

                                          WATERSLAGERSPORT EN DE  GESCHIEDENIS. Deel 01

 

Het is interessant om eens te kijken naar de geschiedenis van onze waterslager. Hoewel het momenteel als oubolligheid wordt bestempeld om een zangkanarie als huisdier te hebben, is de waterslager nog steeds erg geliefd als zangkanarie in een kooi van wegen zijn postuur en natuurlijk  om zijn  zang. 

Ook zijn er velen die enkele waterslagers in een volière hebben vliegen, er mee te fokken, en het inhoudelijke van de zang en daarmee de ontwikkeling van de waterslager aan anderen over laten.

En juist die anderen omvat de  groep van liefhebbers die zich gezamenlijk met de hobby bezig houdt.

Het doel daarbij is om de zang in stand te houden en waar nodig te verbeteren door er doelgericht mee te fokken. 

Wat ik zie in mijn huidige woonomgeving komt overeen met de indeling die dhr. F. van Wickede ongeveer 250 jaren geleden al maakte door in zijn boekje “Kanarie uitspanningen” de liefhebbers op dezelfde wijze op te splitsen.

De waterslager zoals wij hem nu kennen is een zangkanarie die is ontstaan omdat velen hun bijdrage hebben geleverd tot de vorming ervan. De verhalen gaan terug naar lang geleden.

De overlevering vertelt ons dat de Tirolers in de 17e en de 18e eeuw al kanarievogels met nachtegaalslag fokten. Inwoners uit Imst exporteerden deze nachtegaalzangers naar Frankrijk.

Ook de stad Neurenberg stond bekend om de zangkanaries ‘de nachtegaal gelijkend’. Toch is er tot het jaar 1900 maar heel weinig over de waterslager geschreven.

Wel wordt  duidelijk dat er ook in die tijd al liefhebbers waren die verslingerd waren aan het lied van de kanarie met zijn ‘mooie, lage nachtegaaltonen’. Mooi toch, deze herkenning?

Indrukwekkend om eens achterom te kijken wat er vanaf 1900 is gebeurd  en te ontdekken wat er zich heeft afgespeeld zodat de waterslager nu is wat hij is.

‘Nameloos velen hebben dit tot stand gebracht’, zo schreef dhr. G. Frank ooit eens in een artikel. Daar sluit ik mij bij aan.

Dat er met de inhoud van het gezongen lied in die pakweg 100 jaren genoeg is veranderd dat is ons allemaal wel duidelijk.

  

                                                     

                                                                                       Ontwikkeling

                     

Dus na 1920 kwam de belangstelling voor de waterslager in Nederland pas goed op gang. De eerlijkheid gebied mij te schrijven dat de Nederlanders daarin afhankelijk waren van de Belgen.

Van hen moesten de waterslagers van gekocht worden. Vergeet daarbij ook niet  dat de theoretische zangkennis nog ontwikkeld moest worden. Onze eerste keurmeesters werden door de Belgen opgeleid.

Ook daarin gingen de Belgen ons voor. Wij moesten van hun leren. Dhr. Peleman heeft de zang, voor die tijd, goed omschreven.

Als promotor van waterslagers heeft hij in de jaren 20 een tweetal brochures over onze zangkanarie geschreven. Brochures die nog steeds worden gelezen.

Het is de basis gebleken voor de huidige zangtheorie.

Het dient gezegd te worden dat de  opgaande lijn in Nederland samen op ging met de volledige steun van ons toenmalig Bondsbestuur.

Zo heeft de toenmalige Alg. Nederl. Bond voor Kanarieteelt en Vogelbescherming in 1927 een ‘zakboekje voor den kanarieliefhebber’ uitgegeven.

Het werd beschouwd als een officieel jaarboekje. Ik citeer uit dit boekje de volgende regels: ‘Wij zouden niet volledig zijn, als wij niet vermelden dat ook de teelt der Belgische waterslagers de aandacht van ons Bondsbestuur heeft,

en reeds meermalen door middel van ons orgaan de aandacht op deze liefhebberij is gevestigd met het gevolg, dat enkele tentoonstellingen ene speciale klasse voor waterslagers op hun programma plaatsten.

Wij kunnen er zeker van zijn , dat ook bij het toenemen dezer liefhebberij de Bond niet in gebreke zal blijven regelend en helpend op te treden.

Iedere liefhebber van welke tak van kanarieteelt ook, vindt in den Bond steun en voorlichting’. In 1926 was de eerste officiële keurmeester een feit.

Dhr. Zandvliet kon de waterslagers volgens een bepaald systeem keuren. Ook dit gebeurde naar een Belgisch systeem. Lezend in oude jaargangen zie je dat hij jaar op jaar zijn Belgische waterslagers te koop aanbood.

Lezend in de jaargang 1937/1938 blijken er inmiddels 5 keurmeesters te zijn, waarvan er 3 in Den Haag woonden.

Het verhaal gaat dat de Antwerpse fokker Mechels een 8-tal waterslagers instuurde op de wedstrijd in Den Haag. Hij deed dat om bekendheid te geven aan de waterslager.

Dat is dus gelukt. Het is bekend dat er in het verleden zgn. bolwerken waren van liefhebbers met waterslagers. 

Makkelijk wanneer je met een groepje liefhebbers bezig bent met het fokken van waterslagers en daarmee de ontwikkeling van de zang vorm probeert te geven.

Een belangrijke ontwikkeling in de waterslager sport is het ontstaan van de landelijke Speciaal club ‘De Nachtegaal’ geweest. 

Deze  vereniging  werd op 1 mei 1931 opgericht met als doel een jaarlijkse studiedag te houden.

Liefhebbers luisteren naar elkaars vogels en het gezongen lied is hét onderwerp van de gesprekken.

Ook de organisatie van de wedstrijden maken de vereniging tot een bijzonder, jaarlijks terugkerend moment waar velen op afkomen.

De rol van de Belgische heer Peleman is door een Nederlander overgenomen in de persoon van  Dhr. van Woezik. Hij was één van die drie Haagse keurmeesters.

Ook hij heeft jarenlang de watersport onder de aandacht gebracht. Hij zal dat hebben gedaan met het gezag die hij had  als keurmeester, in zijn positie van secretaris van de nog jonge waterslager speciaal club ‘De Nachtegaal’, 

maar niet in het minst als liefhebber. Hij nam hiermee a.h.w. de rol van dhr. Peleman over en schreef zelfs een mooi boekje over de waterslager en zijn lied.

En dat is goed geweest. In de loop van al die jaren heeft het lied namelijk door middel van de ontwikkelingen (lees: door middel van het doelgericht fokken) veranderingen ondergaan.

In de tijd van dhr. Peleman waren er duidelijk invloeden van de harzer aan te wijzen. Lees de beschrijving van toeren in de door hem geschreven  brochure maar na.

Logisch natuurlijk. Het kruisen van de waterslager met de harzer werd in die tijd nogal eens gedaan, zelfs aanbevolen, om het scherpe van het lied er af te krijgen.

Daarnaast deed men het ook om het aantal waterslagers te vergroten. De vraag naar waterslagers was groter dan het aanbod. Broodfokkers had je zeker in díe tijd.

Door middel van cultivering van het lied zijn er foutieve elementen verdwenen. Een neveneffect is het verdwijnen van bepaalde toeren zoals de woeten en de soeten.

Men is het niet altijd eens geweest over de benaming van een toer, of nog erger over de omschrijving van een toer.

Hoe is de toer inhoudelijk opgebouwd? Een goede ontwikkeling is geweest dat ‘Het Lesboek’ een feit werd. De veranderingen in het lied noodzaakten een samengebundeld geheel van de aanwezige kennis.

Men had richting nodig! Als bronnen werden de brochures gebruikt van dhr. Peleman en het boekje van dhr. van Woezik.

Daarnaast waren de aantekeningen van de toenmalige keurmeesters een belangrijke bron. De keurmeester Dhr. Jochemse wordt met name genoemd in de uitgave van 1966.

 

                                                                   

                                                       Tegenwerking

 

De waterslager heeft in het verleden altijd veel weerstand ontmoet. Vanouds waren het de harzer liefhebbers die de dienst uitmaakten.

Hoofdzakelijk werd er vroeger met harzers gekweekt. Oude jaargangen laten wedstrijdverslagen waarin alleen over de prijsverdeling van harzers wordt gerept.

Ook als er waterslagers waren ingezonden. Over de waterslager werd nogal snerend gesproken. De waterslager werd voor tjapper uitgescholden en neergezet als een ‘schreeuwer aan wiens zang weinig bekoorlijks is’.

Waarschijnlijk is dat deze houding mede werd ingegeven doordat er nogal wat foutieve toonstukken gehoord werden in het lied.

Een extra reden ook dat men bang was dat de harzers iets van het felle van de waterslager zang zouden overnemen.

Zeker op het moment dat er een tentoonstelling wordt gehouden staan ze wel een aantal dagen met elkaar in één ruimte. Een extra reden om de waterslagers met argusogen te bekijken.

Men beweerde zelfs dat de waterslager het noordelijke klimaat maar slecht kon verdragen en de fokresultaten daardoor te wensen over zou laten.

Voor het één zowel het ander geldt: de tijd heeft ons gelukkig anders geleerd. 

Onze waterslagers worden nu nog wel eens gekscherend ‘waterkippen’ genoemd. Daar valt mee te leven.

 

                                                                

                                                                        Zangrichtingen

 

De geschiedenis heeft geleerd dat er wat betreft de zang altijd verschillende stammen zijn geweest. Het tekent temeer de veelzijdigheid van de waterslager.

Daarnaast zegt het iets over de persoonlijke voorkeuren van de fokker. De verschillen zitten hem in het slag element van het gebrachte lied.

Dat varieert van zuivere slagvogels tot rolvogels. Ook zijn er vormen die er tussen liggen.

De rolvogels werden vroeger wel ‘bimmelvogels’ genoemd met hun ‘ellenlange roltoeren’. ‘Verharzering’ is ook zo’n kreet die wel eens is geslaakt.

Met dergelijke uitspraken werd de toon duidelijk gezet door tegenstanders van de rolvogels.

Vanouds is er vaak en doordringend door vele liefhebbers hun voorliefde voor het geslagen lied naar voren gebracht. Logisch.

De zang van de waterslager is altijd in verband gebracht met het metallieke en geslagen lied van de nachtegaal. De zang hoort dynamisch van karakter te zijn.

Om de fok van echte slagvogels te stimuleren, is daarom ook het begrip ‘Nachtegaalaccent op de keurlijst ingevoerd.

In de praktijk blijkt het een voortdurende bron van discussie onder, en onbegrip bij, de liefhebbers. Ook bij sommige keurmeesters lijkt het er op alsof ze er geen raad mee weten.

                                            

                                                        Keurlijst

 Laten wij de schouders er gezamenlijk onder blijven zetten. Verschillen van inzicht is wat mij betreft oké.

Het is de laatste honderd jaar gebleken dat het heel goed mogelijk is dat er verschillende zangrichtingen zijn binnen de wereld van waterslager lief hebbers.

Er is nogal wat gaande in de wereld van waterslagers. Het afgelopen jaar is er verschil ontstaan door het gebruik van een nieuwe keurlijst door een deel van de organiserend commissies.

Dit is niet goed. Laten wij onze energie (en daarmee de kracht van onze sport) niet verliezen in het verschillend gebruik van keurlijsten.

Gezamenlijk gebruik van één keurlijst verdient de voorkeur. Nederland is in het wedstrijdwezen maar klein. Vandaar mijn voorkeur om de gelederen te sluiten.

Zonodig dienen de leden in de benen te komen en de beide Bonden te dwingen om in ieder geval binnen Nederland tot één keurlijst  te komen.

Je vraagt je af hoe wij als liefhebbers in staat zijn om de krachten op een goede manier kunnen bundelen. 

Een goed initiatief is er genomen door het bestuur van de Doelgroep Zang NZHU. Zij heeft inmiddels stappen ondernomen richting de technische commissie van onze Bond en de keurmeestervereniging,

van de Nederlandse Bond met het schriftelijk verzoek om het seizoen van 2008 met één keurlijst te werken.

Nogmaals, welke keurlijst ook gebruikt gaat worden: één keurlijst is een must!! Laten wij hiervoor open staan en leren van de geschiedenis.

De keurlijst is vaker gewijzigd of aangepast. Onlangs las ik de jaargang van 1937/1938 nog eens door.

Het bondsbestuur heeft toen positief gereageerd op een voorstel dat ingediend is om de keurlijst voor de waterslager aan te passen.

Dit voorstel werd toen ingediend door de waterslager vereniging ’De Nachtegaal’ omdat de Belgische systemen onderling verschillend waren en men daar geen invloed op had.

Dhr. van Woezik heeft toen naar aanleiding van de veranderingen op de keurlijst in een aantal artikelen helderheid verschaft over de veranderingen.

Een goed idee om dat ook te doen in het geval van het invoeren van een nieuwe keurlijst.

Er is al een mooie aanzet gegeven door dhr. R. Fallaux middels een artikel in ons bondsblad van september 2007.

 

Met vr. sportgroeten, J. van den Brink

 

De kleurvererving is ook van belang voor de waterslager kweker! Deel 03

 

imagescap7dd88.large.jpg

KLEURVERERVING.

 

Vaak wordt gedacht dat het bezit van waterslagers alleen maar gericht is op de zang. Ook onder de waterslager liefhebbers komt deze gedachte nog wel eens voor.

Nu is het zo dat de zang nogal wat aandacht vraagt. We denken dan aan het geen we horen in de zang van de mannen.

Dit is deels bepalend voor de zang van de jongen. Ook de zangafrichting kost tijd en heeft daardoor soms een negatieve beeld bij de andere vogelliefhebbers.

Er komt voor de waterslager liefhebber echter meer bij kijken dan alleen maar de zang. Daarom wil ik de volgende stelling neerzetten:

 

imagescajggnsf.large.jpg

De kleurvererving is ook van belang voor de waterslager kweker!

 

We denken dan al gauw aan het samenstellen van de ouderparen. Dit vraagt een nauwgezette administratie. Naarmate we langer in deze tak van sport meedraaien is het een leuke bezigheid.

Het houdt echter niet op om hierbij allen naar de zangprestaties te kijken. Andere factoren spelen een belangrijke rol. U raadt het al : erfelijke factoren.

 

In dit artikel wil ik de aandacht vragen voor de erfelijke zaken zoals we die ook bij de waterslagers tegenkomen. Met name de kleur is een gegeven dat de aandacht vraagt.

De meeste waterslagers zijn geel van kleur. Het is noodzakelijk om als waterslager kweker naar de kleur te kijken. Een gele kleur heeft een bepaalde intensiteit.

Is de kleur feller dan is het een intensieve vogel. Is de kleur minder fel dan is het een halve intensieve vogel. Een fletse, gele kleur, de lichtgele kleur, is een duidelijke schimmel vogel.

Dit heeft o.a. te maken met de bevedering. De schimmel vogels hebben een dikkere bevedering dan de intensieve vogels.

 

Vaak is het zo dat de man intensief van kleur is en de pop minder intensief. Dit is niet altijd zo. We dienen hier op te letten. We horen een intensieve altijd te paren aan een schimmel.

Een schimmel is een lichtgele vogel. Het maakt hierbij niet uit welke de man of de pop is. Wanneer we intensief maal intensief paren dan komt er nog een factor bij: de lethaal factor.

Lethaal wil zeggen: dat de factor dodelijk is voor de kiem in het ei. Dit betekent dat er geen jong uit het ei komt. Na berekening blijkt dat dit voor 25% van de eieren geldt.

Je hoort soms de opmerking dat deze regel niet zou gelden wanneer de waterslager bontvorming bezit. Dit berust op een misverstand.

imagescafp9bgp.large.jpg

De hoofdkleur is geel.

Een beetje bontvorming is hierop niet van invloed. Ook in een ander opzicht is het niet verstandig om steeds maar weer de intensieve waterslagers bij elkaar te zetten.

Dit is niet goed voor de bevedering. Deze wordt dan dunner. Zetten we wel 2 intensieve vogels bij elkaar, let dan op de bevedering. Wanneer ze goed zijn bevederd dan is de paring wel goed.

De voorkeur gaat uit naar een paring van intensief maal niet-intensief. Hierbij worden de intensieve waterslagers niet te dun bevederd en de niet-intensieve waterslagers niet te dik bevederd.

 

Een leuke bijkomstigheid is dat er ook witte waterslagers zijn.

Dit is de dominant witte kleur. Wanneer er in dit artikel over wit wordt gesproken dan heb ik het steeds over dominant wit.

Vroeger werd dit ook wel Duits wit genoemd. Het is eens wat anders in een volière met gele waterslagers. Ik geniet altijd weer van een aantal witte waterslagers.

Niet elke waterslager liefhebber is gecharmeerd van de witte kleur. Soms is men de mening toegedaan dat de waterslager geel behoort te zijn. Misschien is daar ook wat voor te zeggen.

Anderen vinden de kleur lastig omdat er nog meer rekening gehouden dient te worden met het samenstellen van de ouderparen. Er komt nogal wat bij kijken.

Bij een paring van wit maal geel is 50 % van de jongen wit en de andere 50% van de jongen is geel. Verder is de vererving dat een gele waterslager alleen geel verervend is en is daardoor dan ook zuiver verervend.

Dus niet in het bezit van de wit factor.

Elke dominant witte waterslager heeft naast de witfactor ook de eigenschap van geelaanleg in zich. Dit is zichtbaar in de gele aanslag van de vleugels.

Ze vererven onzuiver, zoals dat zo mooi genoemd wordt en zijn daardoor heterozygoot. Een paring van dominant wit maal dominant wit levert in het nageslacht 25% gele jongen op.

Dit komt doordat van de beide oudervogels de geelfactor wordt gebruikt. De gele jongen zijn dan weer zuiver verervend.

Ook bij een paring van wit maal wit speelt de lethaal factor een rol. Ook hier geldt dat 25% van de eieren niet uitkomt. Er komen 2 dominante factoren bij elkaar die homozygoot worden genoemd en niet levensvatbaar is.

Dus samenvattend: Het jong sterft af in de kiemcel-fase en komt niet verder tot ontwikkeling. Homozygoot dominant witte kanaries bestaan dus niet.

We dienen ons te realiseren dat bij het verkeerd samenstellen van de ouderparen er een lager aantal jongen wordt geboren.

Logisch dat de berekening in de praktijk dichter bij de theorie ligt wanneer de uitkomsten worden gemeten aan de hand van een groter aantal nesten.

In de praktijk betekent dat voor ons dat de verhoudingen nogal eens afwijken van de theorie omdat wij met kleine aantallen kanaries kweken.

Ooit heb ik eens een jaar gehad met zeer veel witte jongen. Voor het kweekjaar daaropvolgend wordt het dan moeilijker om de ouderparen van wit maal geel samen te stellen.

Alleen al om deze reden kunnen we niet teveel witte mannen inzetten bij de kweek. De praktijk wijst uit dat mannen, die eenmaal in de schema’s passen en zich hebben bewezen door de nakomelingen, vele jaren kunnen worden ingezet.

Doordat bij de paring van wit maal geel 50% van de jongen geel is en daar weer 50% ook nog een man is, blijven er getalsmatig niet zoveel gele poppen over om terug te paren aan de witte (stam-) vader.

Een ander nadeel van witte waterslagers is dat men niet direct aan de kleur kan zien of het een pop of een man is. Men is dan aangewezen op het observeren van de vogels.

Het zingen van de jonge mannen geeft dan de doorslag. Voornamelijk wanneer ze doorzingen.

De erfelijkheidsleer zoals wij die bij de waterslagers aanhouden komt voort uit de regels van Mendel. Deze monnik heeft vroeger experimenten uitgevoerd met o.a. erwten.

Aan de hand van de uitkomsten van kruisingen van erwten en de daarbij gemaakte conclusies zijn er toen erfelijkheidsregels zichtbaar geworden die nu nog steeds als basis dienen en bepalend zijn voor de wijze waarop wij nu nog te werk gaan.

Al of niet bewust. Van de hand van dhr. Weijling zijn boeken verschenen met een uitvoerige beschrijving van deze regels. Veel schema’s geven een uitgewerkt en gekleurd beeld van wat er gebeurt wanneer we bepaalde ouderparen met hun kleur samenstellen.

Het voordeel van de theoretische kant van het houden van vogels is dat we nu in staat zijn om mutaties vast te leggen en nieuwe kleuren te behouden omdat we nu door het toepassen van de regels, door bepaalde kanaries te laten paren, de kleuren vast kunnen houden.

Het is zelfs mogelijk om een oranje waterslager te kweken wanneer we hiervoor de werkwijze van de juiste schema’s toepassen in onze vogelliefhebberij.

Het wordt wel gemakkelijker wanneer dit door meerdere liefhebbers wordt toegepast. Zelf beschouw ik de boeken van Weijling als mooie naslagwerken die zowel voor de kleur- als zangkweker zijn uitgegeven.

Ik heb beide boeken. Ze worden regelmatig op Marktplaats aangeboden voor vaak schappelijke prijzen. Dus makkelijk aan te schaffen.

 

Met vr. sportgroet, J. van den Brink

WATERSLAGERSPORT EN ONTWIKKELING. Deel 02

imagescafp9bgp.large.jpg

Ongeveer 20 jaren fok ik al met waterslagers. In de loop van al die jaren ontwikkel je een bepaald gevoel bij deze tak van sport binnen alle mogelijke soorten van vogels van diverse pluimage.

Op en om verschillende punten heeft deze vorm van liefhebberij bij een groep liefhebbers een grote plaats in het leven.

Kort samengevat: Er gaat een grote bekoring uit van de schoonheid van de zang zoals die door de waterslager man wordt gebracht.

Binnen onze eigen vereniging is het aantal actieve liefhebbers van waterslagers helaas teruggelopen tot 3 personen.

Ik heb het dan over de échte liefhebber die voortdurend met de zang van de waterslager bezig is met zijn vele facetten zoals die bekend zijn.

Daar omheen zijn er enkele liefhebbers die wel clublid of bondslid zijn maar verder niet met de waterslagers aan wedstrijden deelnemen.

Verder zijn er in de buurt liefhebbers die niet zijn aangesloten bij een club. De behoefte is bij zulke mensen niet aanwezig. De noodzaak is er ook niet.

Zij kopen gewoon af en toe een kanarie die de naam van waterslager draagt. Je ziet het wel eens op de verkoopklasse tijdens de Onderlinge show.

Het zijn de eerste vogels die worden weggekocht. Zo zie je maar weer, onze liefhebberij kent ook op dit vlak vele facetten. Ieder geniet op zijn of haar manier van de waterslager.

Er wordt met waterslagers gefokt, variërend van een perfect georganiseerd geheel tot zomaar met z’n allen in de grote volière.

Wat ik nog wel eens tegenkom is dat een zgn. vrije liefhebber een opmerking plaatst in de trant van …Ik heb de vogels voor de liefhebberij.

Er wordt blijkbaar anders tegen de georganiseerde liefhebbers aangekeken. Alsof wij de waterslagers niet uit en voor de liefhebberij hebben!

 

oldie00028.large.gif

Vergrijzing?

 

Bladerend in een aantal jaargangen van Vogelvreugd zie je dat er over dit punt verschillend wordt geschreven.

De één slaat alarm dat de vergrijzing hand over hand toeneemt. De ander probeert onder woorden te brengen dat er vraag is naar waterslagers om vervolgens deze tak van sport te beoefenen.

Wat mij de laatste jaren vooral bezig houdt, is de vraag hoe het staat met de stabiliteit van de groep die onze tak van sport beoefent.

Is er in de loop van de ongeveer 100-jarige geschiedenis van de waterslager de laatste tientallen jaren sprake van een stabiel aantal of slaat de vergrijzing écht toe? Getallen hierover kreeg ik bij de beide Bonden niet boven tafel.

Mijn vraag naar de Nederlandse Bond werd niet eens beantwoord. Voor mij is het van belang hoe we een eventuele vergrijzing kunnen tegen gaan.

Hoe de ander, die buiten het clubverband staat, kan worden bereikt om ook met dit soort zangkanarie op een georganiseerde manier te beginnen of juist voort te zetten.

Enkele ideeën hierover geef ik aan u door.

 

imagescapw1mka.large.jpg

Deelname wedstrijden

 

Je hoort nogal eens de bewering dat de waterslager geen showvogel is. Het is een standpunt waar ik echt moeite mee heb.

Er zijn mogelijkheden om de waterslager aan het publiek te presenteren.Gebruik deze dan ook! Hiervoor is het als eerste nodig dat de zangkasten zich in een vrij toegankelijke ruimte staan.

Ze dienen zichtbaar te zijn opgesteld voor het publiek. Ook een heldere verwijzing naar de ruimte volstaat als de zangkanaries in een aparte ruimte staan.

Ik herinner nog mijn eerste bezoek aan de vogeltentoonstelling in Kampen. Afgezien van de Zweedse viool, wist ik toen nog niets van de zangkanarie sport.

Er stond een lange zangkast met ongeveer 200 zangkanaries. Indrukwekkend! Hoezo geen showelement? Het gebeurt soms dat de zangkasten ergens achteraf worden opgesteld.

Dit is geen presentatie van de waterslagers. Ik ben daar geen voorstander van. Ook is het een goede zaak dat belangstellenden te woord worden gestaan.

Zet zonodig een stam op om de zang te presenteren. Elke show is van belang om onze waterslagers onder de aandacht te brengen.

Het is soms te begrijpen dat men bepaalde wedstrijden over wil slaan omdat er geen of weinig concurrentie is. Voor mij betekent b.v. deelname aan de T.T. van ons Gewest een 2e onderlinge. Je treft er vaak alleen de eigen clubleden.

Het is al jaren een onderwerp van gesprek binnen onze vereniging. Toch moeten wij de sport voortdurend blijven promoten. Juist om de ander te bereiken, is het nodig dat de waterslager op elke T.T. komt.

Een belangrijk punt is dat de vogels buiten de openingsuren enigszins worden afgedonkerd. U mag dit van de organisatie bijna eisen.

De gemiddelde liefhebber gaat immers met een beperkt aantal waterslagers de wedstrijden af. Wij zijn dus zuinig op onze waterslagers.

Kom ik op het Gewest, help ik de organisatie een handje door de zangers te verzorgen en op de daarvoor bestemde plek te zetten.

Het is een goede gelegenheid om zonodig enkele adviezen te geven. Vaak wordt het gewaardeerd.

Vooral omdat er binnen het noordelijk Gewest vaak maar weinig kennis is op het gebied van de zang. Dat is geen punt. Het zijn wél liefhebbers.

Het komt dus écht wel goed. Vanzelfsprekend worden de zangers in schone kooien naar de wedstrijden gebracht. Laten wij ook op dit punt onze sport serieus nemen.

Alhoewel de keurmeester geen kooien keurt, komt de waterslager het best tot zijn recht in een schone kooi. Wat mij betreft worden de vuile kooien door de T.T. besturen geweigerd.

Ook voor de show en het publiek dat er op afkomt, is het niet goed dat er vuile kooien aanwezig zijn. De sport is daar niet mee gediend.

Zelf gebruik ik nieuwe kooien voor de wedstrijden. Na de wedstrijd laat ik de waterslagers overlopen in de ‘oude’ kooi.

 

 

imagesca39ybnn.large.jpg

Verkopen

 

Wanneer er redelijk tot goed wordt gefokt, heeft de gemiddelde liefhebber altijd een aantal goede jongen over voor de verkoop.

De laatste jaren heb ik er een sport van gemaakt om mijn waterslagers tegen een leuke prijs te verkopen. Doorgaans lukt mij dat goed.

Je komt er achter dat de waterslager bekend is om zijn imponerende zang en daarom erg geschikt is, en ook bekend staat, als kamerzanger.

Hoe oubollig het de laatste jaren wordt gevonden om van een kamerzanger te genieten, landelijk is er altijd nog een bepaalde afzet.

Mijn ervaring is dat de poppen verkocht worden zonder ze te koop aan te bieden. ‘Heb je ook poppen te koop?’, is nogal eens de vraag.

Er zijn veel vogelliefhebbers die afgaan op de naam van waterslager en terecht de mening zijn toegedaan dat waterslager poppen in de praktijk forser van postuur zijn dan bijna alle andere soorten kanaries.

Zelf heb ik de laatste jaren met voldoende succes al veel mannen verkocht via het bekende medium: Marktplaats. Hiermee boek ik dus goede resultaten.

 

book00038.large.gif

Contacten

 

Ik bedoel het dan niet alleen in financieel opzicht. Het is mij namelijk op deze manier ook gelukt om contacten te leggen met mensen die om een koppel of meerdere waterslagers vroegen.

Logisch dat mensen aan huis komen om de gekochte waterslagers op te halen. Het is mij opgevallen dat geïnteresseerde mensen altijd wel even de tijd hebben om meer over de zangkanaries aan te horen.

Vaak hebben ze ook vragen. Het biedt vooral de mogelijkheid om een stam waterslagers op tafel te zetten.

Doe dat eens 10 minuten en houdt er een verhaaltje bij over de zang en de zanger. Onze hobby promoot dan zichzelf. Andere soortgelijke contacten ontstaan door informatieve vragen.

Soms blijkt dat mensen niet weten hoe ze in contact kunnen komen met iemand die waterslagers heeft.

Zo georganiseerd wij zijn in enkele grotere clubverbanden: Zien wij deze groep niet over het hoofd? Het zijn potentiële liefhebbers! Er blijkt interesse voor de waterslager te zijn!

 

b1.large.gif

Samenvattend

 

Zelf zie ik een braakliggend terrein binnen de waterslager sport. Hoe brengen we onze hobby bij de ander? Door Marktplaats heb ik het afgelopen jaar contact gehad met mensen uit het gehele land.

Vanuit de driehoek Maastricht, Rotterdam en naar Groningen ben ik gebeld en gemaild om informatie over waterslagers.

Sommigen heb ik doorverwezen naar de site Google. Met het advies om ERKV Rijssen in te tikken en te vragen om doorverwijzing naar een fokker van waterslagers.

Anderen heb ik geadviseerd om Vogelvrienden Leerdam in te toetsen. Je weet van beide clubs dat ze een site hebben en mogelijk komen ze op deze wijze terecht bij liefhebbers terecht die de sport verder promoten.

Belangrijk genoeg om geïnteresseerde mensen aan goede vogels te helpen. Wordt er vervolgens mee gefokt dan is de kans aanwezig dat er bij de waterslager sport nieuwe leden bijkomen.

Als eerste hoort dit bij de verenigingen te komen op plaatselijk niveau. Later vindt dan misschien de doorstroom plaats naar de landelijke waterslager speciaal club ‘De Nachtegaal’.

Dit is de club voor de georganiseerde liefhebbers. Ongeveer 100 liefhebbers zijn lid van deze club. Mijns inziens kunnen dat er nog meer worden.

Het is mij te gemakkelijk om aan de zijlijn te roepen dat de sport vergrijst en vervolgens niet in actie te komen.

Ik zie nog de mogelijkheid om het komende jaar enkele adressen van liefhebbers uit het land achter de hand te hebben om mensen op een directe, goede manier door te verwijzen.

Ziet u nog andere mogelijkheden? Kom er dan mee!

 

 

Met vr. sportgroeten, J. van den Brink